Inmiddels is het al weer herfstvakantie en zit het project Superhelden (en de kinderboekenweek) erop.
Tijdens het project hebben de kinderen van groep 3 t/m 8 met elkaar een verhaal geschreven: de leesrups. Deze heeft in de gang gehangen, en is de laatste dag van het project door meester Kees voorgelezen.
Groep 8 is begonnen met het verhaal, groep 7 ging verder, daarna groep 6, groep 5, groep 4 en groep 3 heeft het eind van het verhaal gemaakt. Hieronder kun je het verhaal (terug)lezen.
Fantje, de grote-kleine held
Op een mooie zonnige dag speelde Fantje de olifant met zijn vriendjes buiten. Ze waren aan het voetballen, daar is Fantje heel goed in. Fantje is nog een kleine olifant, hij is nog maar zeven en doet gelukkig geen vlieg kwaad. Hij heeft veel vrienden en vriendinnen en nooit ruzie.
De volgende dag gaat Fantje bij Luca spelen. Hij woont in het bos. Als Fantje door het bos fietst, valt zijn bal van zijn fiets. Net als hij de bal wil pakken, komt hij de geleerde zeehond Bas tegen. Bas zegt tegen Fantje: “Over drie jaar gaat er iets groots gebeuren!”
“Maar wat dan?” vraagt Fantje.
“Dat kan ik je nog niet vertellen.”
Fantje stapt weer op zijn fiets, en denkt aan het gesprek. Hij fietst heel snel naar Luca toe om het allemaal te vertellen. Maar Luca gelooft Fantje niet. Fantje zegt: ‘Echt waar! Ik heb hem gesproken in het bos, ik lieg niet, ik lieg nooit, dat weet je toch!”
“Ja, maar ik geloof je toch niet,” zegt Luca. “Ach ja,” denkt Fantje, “dan komt hij er over 3 jara wel achter als het waar is wat Bas zei.”
DRIE JAAR LATER
Fantjes verjaardag: Tring Tring….. Fantje loopt naar de deur en doet open. “Hartelijk gefeliciteerd Fantje!” De opa en oma van Fantje geven hem een dikke kus. Ze lopen naar binnen, de woonkamer in en geven hem zijn cadeau. Hij maakt zijn cadeau open, en zegt: “Dank je wel! Mag ik al beginnen met bouwen? Â Er is verder toch nog niemand.” “Oke dan,” zegt opa, “begin maar aan die tijdmachine.”
º
Na een half jaar bouwen, schroeven en boren is die eindelijk klaar. De tijdmachine!
Snel rent Fantje naar de telefoon. En belt zijn opa.
“Het is me eindelijk gelukt!” Zijn opa antwoord: “Fantastisch! Ik kom er meteen aan.”
“Dan kunnen we hem samen uitproberen!” Fantje hing de telefoon op, en wachtte en wachtte.
Toen hoorde hij de bel, hij zette snel de waterkoker aan en pakte de koekjes en vloog naar de deur…
Pakketje!!! Maar nee geen opa… De postbode! Hij pakte het pakketje aan, en hij gooide de deur dicht. Even later belde hij zijn opa en aan de lijn hoorde hij alleen maar gesnurk. “Opaaaa!!!!!!!!”
“Heh, heh, waar ben ik?” “Opa, kom je nog?” “Ja ik kom er aan samen met oma.” Even later komen opa en oma. Oma maakt foto’s en opa en Fantje stappen in de tijdmachine. Oma kijkt naar de foto er staat alleen maar een roze wolk. Hé de tijdmachine is weg en Fantje….! en opa….!
Zou de tijdmachine het doen? Misschien zijn ze het verleden in gegaan … of de toekomst!
Fantje doet de deur van de tijdmachine open. Hij vraagt aan opa: “In wat voor tijd zitten wij?”
“In de tijd van de dino’s,” antwoordde opa. Opeens hoorde ze hard gestamp! Boem boem boem.
Ze stappen uit om te kijken wat het is. Ah! Het is een hele grote dino! “Rustig maar het is een planten-eter.” Zei opa geruststellend. “Maar hij ziet er zo eng uit.” En toen draaide opa zich om. “Wegrennen! PAS OP HET IS EEN DINOSAURUSREX!”
º
 Ze wilden naar de tijdmachine rennen, maar de Dino was hen voor.
De tijdmachine spatte uit elkaar, er bleef geen stukje van over.
Ze keken ernaar alsof ze ruimtewezens zagen.
Fantje zegt tegen opa: “Droom ik?” en opa zegt: “Nee, je droomt niet. We moeten hier proberen te overleven.”
Ze zien in de verte een bessenstruik staan. Het water loopt al in hun mond. Ze kwamen bij de bessenstruik aan. Toen rende een Dino op hun af. Ze sprongen in de bessenstruik, en de Dino was hen kwijt.
Hij zocht en zocht maar vond hen niet. Ze zaten doodstil in de struik, ze durfden bijna niet te ademen. En Fantje die nieste heel hard. Toen draaide de Dino zich om. De Dino zag een kwispelende staart in de struik. De Dino rende ernaar toe en beet erin, want hij dacht dat het een banaan was.
Toen riep Fantje heel hard “auw”. Ze schrokken zich rot, en rende weg.
Toen zagen ze…..
º
… een houten huisje. Opa en Fantje liepen voorzichtig naar het huisje toe. De deur kraakte toen Fantje hem opendeed. Ze zagen een kamer, er stonden een tafel, een stoel en een bed. Verder was er niemand.
Ze merkte niet dat de deur openging en er een man in de deuropening stond. De deur viel met een klap dicht. Opa en Fantje sprongen verschrikt op. Ze draaiden zich om en zagen de man staan. Hij had een houten been.
“Wat gezellig! Visite!†zei de man en hij liep naar opa en Fantje toe. “Ik heb al zo lang geen visite meer gehad.â€
Fantje en opa liepen een stukje dichter naar de man toe. “Hoe bent u hier terechtgekomen?†vroeg opa en de man vertelde dat hij jaren geleden een tijdmachine had gemaakt en zo in de tijd van de dino’s terecht was gekomen. Hij vond het hier zo leuk, dat hij niet meer wegwilde.
“Nou,†zei Fantje. “Wij willen wel graag terug naar huis, maar onze tijdmachine is kapot gegaan. Weet u hoe we weer terug naar huis kunnen gaan?â€
“Zeker,†zei de man en hij stond ergens op, waardoor er iets omhoog kwam.
Opa en Fantje keken verbaasd. “Wat is dat?†vroeg Fantje nieuwsgierig.
“Dit zorgt ervoor dat jullie weer naar huis kunnen.†Zei de man met het houten been.
“Hoe dan?†vroeg opa.
“Jullie hebben drie keer de kans om de code in te vullen. Lukt dit, dan komt mijn draak Hans. Hans kan door de tijd vliegen. Maar …†en de man stak een waarschuwende vinger op. “Lukt het niet, dan komt er een heel gevaarlijke dinosaurus en kunnen jullie niet meer terug naar huis.â€
Opa en Fantje liepen naar het apparaat toe. En terwijl zij hard aan het nadenken waren over de code, sloop de man weg. Hij wilde dat zijn draak Hans, opa en Fantje door de verschillende tijden liet reizen om overal iets op te lossen. Opa en Fantje waren druk bezig te bedenken wat de code kon zijn. Opa had al twee keer een code ingetypt, maar beide keren gebeurde er niets: de code was fout.
“Opa, laat mij maar,†zei Fantje. “Ik heb een idee.†Fantje typte de code in en plotseling verscheen daar draak Hans. Opa was verbaasd en vroeg Fantje wat hij ingetypt had.
“De – F –, de – I –, de – E – en de – H – .†zei Fantje.
“Waarom juist die letters?†vroeg opa.
“Nou,†zei Fantje, “samen vormen ze een zin die met mij te maken heeft.â€
“Wat is de zin dan?â€
“De zin is……..â€
º
“Fantje Is Een Held!!” roept Fantje.
“Wow, wat knap van jou dat je de code hebt ontdekt,” zegt opa tegen Fantje.
Als ze omkijken, zien ze Hans de draak staan. Hij ziet er prachtig uit., met een lange zwierende staart. “Ik neem jullie mee, spring maar op m’n rug!” zegt Hans de draak.
De man met het houten been geeft nog wat uitleg aan de draak, hoe hij door de tijd moet vliegen, terug naar het huis van opa en oma.
Daar gaan ze dan! Zodra de draak de lucht in gaat, verandert de omgeving in een tijdklok. Fantje en opa draaien in het rond, ze zien allemaal mooie felle kleuren om zich heen. “Ik wordt een beetje duizelig…” zegt Fantje.
Na een hoop gedraai en een erg lange tocht, wordt het opeens donker…In de nacht zien opa en Fantje niet waar ze vliegen.
Als het weer licht wordt, zien ze opeens allemaal ridders om zich heen.
“Zo, jullie zijn thuis!” zegt Hans de draak. “Thuis?!? Dit is de riddertijd! We zijn in de verkeerde tiijd beland!”
Wat nu…?
º
Fantje en opa waren geschrokken. Nu waren ze nog niet thuis!
Opeens zagen ze een ridderkasteel. Ze gingen lopen naar het kasteel. Ze klopten op de deur. Een ridder met een harnas aan deed open.
“Wat doen jullie hier?†zei de ridder verdrietig.
“We moesten eigenlijk thuis zijn, maar toen zijn we hier terecht gekomen,†zei Fantje.
De ridder zei tegen Fantje en opa: “Mijn draak is verdwenen, hebben jullie hem gezien?â€
“Welke draak is het?â€vroeg Fantje.
“Hij is groen met geel, en hij heet Hans.â€
Hans de draak hoorde het, en vloog er naar toe. De ridder was hartstikke blij en knuffelde zijn draak.
“Hoe kan ik jullie een beloning geven?†vroeg de ridder.
“Wij willen graag naar huis, in de tijd van de superhelden.â€
“Dat kan, ik heb een paard dat door de tijd kan springen!â€
Fantje en opa waren blij. Ze klommen op de rug van het paard. Ze moesten zich goed vasthouden, anders vielen ze eraf. Het paard sprong heel hoog door de tijd. Fantje en opa zagen klokken: 6 uur, 7 uur, 8 uur, 9 uur, 10 uur, 11 uur, 12 uur…
Opeens waren ze er. Maar waren ze in Nederland? Nee! Ze waren in China!
Het was de tijd van de superhelden, maar een ander land!!
Oh nee, wat nu?
In de verte zagen ze een superheld. Het was SuperThjong, de chinese superheld.
Fantje en opa vroegen: “Ting tjang tong tjang?†(dat betekent: help help help!)
SuperThjong zei: “yong!â€(dat betekent: ik kom er aan!)
SuperThjong nam opa en Fantje op zijn rug. Ze vlogen door de lucht en zongen een liedje.
Ze kwamen uit in Utrecht!
Fantje en opa zeiden: “Tjang deng!†(dat betekent: dankjewel!)
SuperThjong vloog weg en Fantje en opa gingen gelijk naar huis.
Toen zagen ze oma. Oma had net de tafel gedekt. En ze aten taart!
En ze leefden nog lang en gelukkig!